Type 3 onderwijs:

Type 3-onderwijs richt zich op kinderen met emotionele en/of gedragsproblemen. 

Deze kinderen kunnen vaak niet meer opgevangen worden in het gewone onderwijs. Hun problematiek is in die mate ernstig dat er een specifieke benadering nodig is. 

De kinderen met externaliserend gedrag vallen het meest op. Het gaat bijvoorbeeld om de kinderen met ADHD (Aandachtstekortstoornis en hyperactiviteit) of ODD/OOG (Oppositioneel Opstandig Gedrag). 

Kinderen met internaliserend gedrag mogen niet uit het oog verloren worden. Het gaat om kinderen met emotionele problemen, zoals angst en depressie, kinderen met psychosomatische klachten,…

 

Kinderen met een normale intelligentie krijgen de leerstof van het gewoon onderwijs aangeboden. Maar gezien gedragsproblemen het leerproces vaak beïnvloeden, kunnen deze kinderen een achterstand opgelopen hebben. Bijgevolg wordt leerstof op hun tempo en niveau aangeboden. 

Kinderen met een lichte tot matige verstandelijke beperking krijgt leerstof aangeboden, gebaseerd op de ontwikkelingsdoelen van type 1 of type 2. 

Binnen type 3-onderwijs ligt de nadruk op:

  • Houding van de leerkracht

Vermits deze kinderen al vaak geconfronteerd zijn met faalervaringen, onbegrip vanuit de omgeving en een negatief zelfbeeld hebben ontwikkeld, is het belangrijk dat men met respect en begrip naar het kind kijkt. Dit wil zeker niet zeggen dat men het gedrag moet goedkeuren. Wel is het belangrijk om in het achterhoofd te houden van waar het probleemgedrag komt en dan gepast te reageren. Het positieve wordt in de verf gezet.

  • Samenwerking binnen het team

Naast de houding van de leerkracht is het ook belangrijk dat men als klasleerkracht beroep kan doen op collega’s, zowel voor inhoudelijke als emotionele ondersteuning.Naast onderling (in)formeel overleg tussen de klasleerkrachten is er binnen de type 3-werking een nauwe samenwerking met de orthopedagogen voor crisisopvang, leerlingbegeleiding en samenwerking met de ouders. Daarnaast is er ook samenwerking met de verpleegster voor het toedienen van medicatie. Bovendien bieden de paramedici extra klasinterne ondersteuning. 

  • Extra uren sociale vaardigheden

Deze doelgroep van kinderen hebben het over het algemeen moeilijk met omgang met anderen, sociale interacties, zich houden aan de omgangsregels,…

Daarom wordt hier extra aandacht aan besteed. Dit bestaat concreet uit:

Klas: 

Beloningssysteem van de klas, met een opbouwende lijn doorheen de verschillende klassen

Individueel werkpunt, aangepast aan elk kind

Leren samenspelen en samenwerken in de klas, begeleid door leerkracht

Gedragskaart in de agenda

Speelplaats: 

Speelplaatsregels in de vorm van een contract, duidelijk gevisualiseerd

Speelplaats  is ingedeeld in duidelijke afgebakende zones

Voorbereiden op het speelplaatsmoment

Nabespreking van de speeltijden: bv. uitpraten van conflicten adhv een ontworpen conflictenblad

Spelbegeleiding tijdens de speeltijden: bv. samen met de kinderen spelen en regels leren

Spelen in kleine groep

Kinderen krijgen mogelijkheid om af te koelen in de rustklas

Er kan beroep gedaan worden op "crisisopvang"

  • Bieden van structuur

Concreet bieden we op deze manier structuur:

•Kinderen stappen af van de bus en komen samen in de onthaalklas, met vaste toezichthouders. Daar zitten ze op hun vaste plaats en kunnen ze even ‘bekomen’ van de busrit door te lezen, schrijven,...

•Vaste plaats in rij en klas

•Vaste route naar speelplaats, met vaste stopplaatsen

•Duidelijke regels die ophangen in de klas/onthaalklas/…

•Elk kind heeft zijn vaste taak die gevisualiseerd worden: bv. borstelen en papier wegbrengen 

•Elke dag hetzelfde uurrooster, te beginnen met taal en rekenen ’s morgens. Daglijn en weekrooster hangen op.

•Taken worden duidelijk afgebakend in tijd (time timer en klok) en met gevolg: bv. even spelen of tekenen als de opgegeven opdracht af is

•Verschillende hoeken in de klas, die ook gevisualiseerd worden

•Open communicatie over ‘beloning en/of straf’. Consequenties zijn duidelijk

•Kinderen werken aan aparte bankjes, die gescheiden kunnen worden met kast of wand

•Aanbieden van een vluchtroute: in de klas, in de gang, in de rustklas, in de rustruimte

•Eigen refter

 

Om deze kinderen goed te kunnen begeleiden, wordt het criterium van maximum 9 kinderen gehanteerd.

Na het lager onderwijs kunnen deze kinderen verschillende sporen bewandelen. Zij kunnen integreren in het gewoon secundair onderwijs, de B-stroom of de A-stroom, afhankelijk van hun cognitieve mogelijkheden. Dit kan ondersteund worden met GON-begeleiding, op voorwaarde dat deze kinderen 9 maanden onderwijs hebben gevolgd in het Buitengewoon Basisonderwijs en een diagnose van een kinderpsychiater hebben.  Daarnaast kunnen zij ook terecht komen in het Buitengewoon Secundair Onderwijs, m.n. OV 4 (A- of B-stroom). Zij bieden het curriculum aan van het gewoon onderwijs, maar hebben aandacht voor de specifieke hulpvraag voor kinderen met gedragsproblemen. 

Kinderen met een mentale beperking in combinatie met gedragsproblemen, komen terecht in OV2 of OV3. 

 

Copyright © 2014 - MPI De Luchtballon